6 september 2026
We zijn officieel inwoners van Curaçao.
Zo.
Dat staat er toch wel even.
Nou ja. Bijna dan. 😂
Want natuurlijk zou Curaçao Curaçao niet zijn als zoiets in één keer helemaal volgens plan zou verlopen.
We gingen donderdag met z’n vijven naar Kranshi, na ruim acht weken wachten op onze afspraak, om ons officieel in te schrijven.
Vier gelukt.
Nummer vijf bleek ergens digitaal tussen Nederland en Curaçao te zijn blijven hangen.
Mooi Lennox is volgens de bevestiging keurig uitgeschreven in Nederland, alleen heeft dat bericht het Curaçaose systeem blijkbaar nooit bereikt. 🫣
Gelukkig werden we ontzettend fijn geholpen en hoeven we niet opnieuw acht weken achteraan in de rij aan te sluiten. Als Nederland het ontbrekende stukje rechtzet, mogen we volgende week terug om ook nummer vijf officieel binnen te halen.
Dus vooruit:
we zijn voor 80% officieel inwoners van Curaçao.
Ook een mijlpaal.
😂
Na ruim een half jaar wonen op het eiland staat het nu dus ook bijna helemaal administratief op papier.
Niet meer alleen een huis op Curaçao.
Niet meer alleen drie kinderen die hier naar school gaan.
Niet meer alleen een container met zo ongeveer ons complete hebben en houden die ooit deze kant op is gevaren.
Gewoon officieel:
inwoners van Curaçao.
Ingeschreven. En door. NOT!
En ondertussen ontdekten we dat inschrijven niet het einde van de papierwinkel is.
Het is vooral het moment waarop je het volgende level ontgrendelt.
Voor een lokale bankrekening hebben we namelijk een sédula nodig. (ID kaart van Curacao)
Prima.
Na inschrijving zou dat normaal gesproken binnen een paar werkdagen geregeld moeten kunnen worden.
Onze afspraak?
21 oktober.
Jawel. Het is gigadruk werd er gezegd. Ja dat hadden we al gemerkt. 😅
En dan hebben we nog het CRIB-nummer, het Curaçaose belastingnummer. Dat hadden we begin augustus keurig, zoals geadviseerd, online aangevraagd. Volgens de website: ongeveer vijf werkdagen.
Drie weken later: niks.
Dus zijn we er donderdag maar gewoon naartoe gegaan.
“O nee, online moet je dat niet doen. Dat duurt veel te lang. Je moet gewoon langskomen.”
Dus opnieuw formulieren ingevuld. Die worden vervolgens weer handmatig verwerkt en over een week of drie mogen we bellen of het gelukt is.
En de bankrekening die we daarna eindelijk kunnen openen? Voor nieuwe klanten is de eerstvolgende afspraak inmiddels ergens eind november.
Dus waar ik dacht dat we zo ongeveer aan het einde van de administratieve emigratie waren gekomen, blijkt er gewoon een nieuw level te zijn vrijgespeeld.
Level 2: Sédula, CRIB en bankrekening.
En ergens moet hier nog een douanebrief tussendoor.
Maar die bewaren we wel voor de bonusronde.
En hoewel er vandaag in ons dagelijkse leven eigenlijk helemaal niets veranderd is, vond ik het toch bijzonder.
Misschien juist omdat ik ineens moest denken aan hoe makkelijk het tegenovergestelde eigenlijk ging.
Twee keer klikken en je bent weg
Een tijdje geleden schreef ik ons gezin uit uit Nederland.
Online.
Met DigiD.
Ik had daar in mijn hoofd blijkbaar iets veel groters van gemaakt.
Je logt in.
Vult wat gegevens in.
Klikt op uitschrijven.
Weet u het zeker?
Ja.
Klik.
Nog een waarschuwing.
U gaat zich nu daadwerkelijk uitschrijven.
Ja.
Klik.
En klaar.
Bijna veertig jaar in Nederland wonen en twee muisklikken later ben je er officieel geen inwoner meer.
Ik vond dat oprecht een heel raar moment.
Geen loket.
Geen handtekening.
Geen ambtenaar die nog één keer vraagt:
Mevrouw, weet u dit nou echt héél zeker?
Gewoon een bevestiging in je mailbox en de mededeling dat vanaf een bepaalde datum allerlei Nederlandse rechten en plichten stoppen.
Bedankt en tot ziens.
😂
Terwijl aan die twee muisklikken natuurlijk wel iets meer vooraf was gegaan.
Een beslissing waar we lang over hadden nagedacht.
Scholen zoeken.
Papierwerk.
Afscheid nemen.
En op een gegeven moment je complete huisraad in een container stoppen, de deuren dichtdoen en hem meegeven aan iemand met de mededeling dat je hem graag een paar duizend kilometer verderop weer terug wilt zien.
Dat vond ik trouwens óók zo’n moment.
Daar gaat-ie.
Ons leven.
In een metalen doos.
Succes ermee.
😂
En nu, ruim een half jaar later, is ook de andere kant officieel geregeld.
We staan ingeschreven op Curaçao.
Inschrijven bleek iets minder eenvoudig dan uitschrijven.
Laten we het daarop houden.
Maar het is gelukt. Bijna 4 uit 5, toch al 80% 😜
Wanneer word je eigenlijk inwoner?
Het grappige is dat we nu een inschrijving hebben waarop staat dat we inwoners van Curaçao zijn, terwijl ik denk dat dat moment in werkelijkheid ergens veel eerder al ongemerkt is gebeurd.
Alleen heb ik geen idee wanneer.
Misschien toen we niet meer bij alles zeiden:
“In Nederland deden we…”
Misschien toen we niet meer iedere dag bezig waren met het feit dat we geëmigreerd waren.
Of misschien gewoon toen een doodnormale dinsdag hier daadwerkelijk een doodnormale dinsdag werd.
Kinderen naar school.
Klussen.
Boodschappen.
Hond.
Was.
Wie moet waarheen?
En o ja.
We wonen op Curaçao.
Dat laatste voelt steeds minder als het belangrijkste onderdeel van de dag.
Dat vind ik misschien nog wel het gekste.
Iets waar we zo lang naartoe hebben geleefd en waar zo ontzettend veel bij kwam kijken, is op een gegeven moment gewoon je dagelijkse leven.
Ergens onderweg zijn dingen waar ik in het begin nog uitgebreid naar keek gewoon achtergrond geworden.
En heb ik ondertussen kennis opgedaan waarvan ik nooit wist dat die ooit in mijn hoofd opgeslagen moest worden.
Eilandkennis.
De jongens leven het inmiddels ook
Misschien zijn de kinderen daarin nog wel de beste graadmeter.
We hebben de keuze om naar Curaçao te gaan echt met elkaar gemaakt. Natuurlijk kun je van kinderen niet verwachten dat ze vooraf helemaal kunnen overzien wat emigreren naar een ander land betekent.
Je kunt erover praten.
Foto’s laten zien.
School bekijken.
Vertellen hoe het misschien zal zijn.
Maar uiteindelijk moet je het gewoon gaan doen om te weten hoe het voelt.
En inmiddels hoeven de jongens het zich niet meer voor te stellen.
Ze leven het.
School is gewoon school.
Er zijn vriendjes.
Er zijn sporten en plannen.
Morris is begonnen met zeilen.
We zijn met z’n vijven gestart met Papiamentu-les.
Ze weten hun weg steeds beter.
En soms weten zij inmiddels dingen die wij niet weten.
Dat vind ik eigenlijk wel mooi.
Curaçao is niet meer dat onbekende eiland waar we met elkaar naartoe zouden gaan.
Het is gewoon de plek waar hun dagelijkse leven zich nu afspeelt.

En tegelijkertijd missen ze soms Nederland.
Vooral hun mensen daar.
Dat kan blijkbaar prima naast elkaar bestaan.
Je kunt het hier hartstikke fijn hebben en tegelijkertijd iemand aan de andere kant van de oceaan ontzettend missen.
Dat geldt trouwens niet alleen voor hen.
Ik mis geen land. Ik mis mensen.
Dat is misschien wel een van de dingen die me het meest verbaasd hebben.
Ik heb in het afgelopen halfjaar nog geen traan gelaten omdat ik Nederland als land mis.
Niet één.
Niet omdat ik terug wil.
Niet om ons oude leven.
Niet om bepaalde plekken.
Niet om het weer.
En tot grote teleurstelling van iedereen die vooraf voorspelde dat ik de seizoenen enorm zou gaan missen:
ook nog steeds niet om de herfst.
😂
Misschien komt het ooit.
Vraag het me over vijf jaar nog maar eens.
Maar tot nu toe mis ik vooral mensen.
Mijn vriendinnen.
Vrienden.
Familie.
Dat je niet even spontaan bij elkaar binnenloopt.
Dat een verjaardag ineens een vliegreis verderop is.
Dat je iemand niet gewoon even kunt vasthouden.
Daar kan ik wél verdrietig van worden.
Maar het heeft me wel iets laten zien wat ik vooraf niet zo duidelijk wist. Ik ben blijkbaar veel minder gehecht aan een plek dan aan de mensen op die plek.
Alles wat ik écht mis aan Nederland, woont er.
Wanneer komen jullie terug?
Een vraag die we inmiddels regelmatig krijgen is:
“Wanneer komen jullie weer naar Nederland?”
Of soms zelfs:
“Wanneer komen jullie terug?”
En ik merk dat ik daar eigenlijk nooit zo goed antwoord op weet.
Als met terug wordt bedoeld:
Wanneer gaan jullie weer in Nederland wonen?
Dan is het antwoord simpel.
Geen idee.
En op dit moment hebben we daar ook helemaal geen behoefte aan.
Maar meestal bedoelen mensen:
Wanneer zien we jullie weer hier?
En dát vind ik een veel moeilijkere vraag.
Want natuurlijk wil ik mijn vriendinnen zien. Heel graag zelfs.
We willen familie zien.
De jongens willen hun vriendjes zien.
Dus het ligt absoluut niet aan de mensen.
Sterker nog:
de mensen zijn de enige reden waarom ik naar Nederland verlang.
Ik mis geen land. Ik mis mensen.
Als iedereen die ik mis morgen collectief naar Portugal verhuist, vind ik Portugal ook prima. 😂
Maar wanneer dan?
En daar wringt bij mij soms een beetje de schoen.
Want ik weet eigenlijk nu al precies hoe twee weken Nederland eruit zullen zien.
RAMVOL.
Niet omdat iemand ons daartoe verplicht.
We gaan dat helemaal zelf doen. 😂
Want als je mensen misschien een jaar niet hebt gezien en daarna ook weer lange tijd niet fysiek zult zien, wil je natuurlijk zoveel mogelijk uit die periode halen.
Dus gaan we plannen.
Deze vriendin.
Die vriend.
Familie.
Opa en oma.
Nog even daarheen.
Daar eten.
Hier koffie.
En dan zijn we nog maar bij mijn lijstje.
Ferry heeft ook mensen die hij graag wil zien.
En Olivier.
En Lennox.
En Morris.
Vijf mensen. Vijf levens. Vijf lijstjes.
En dan weet ik nu al dat precies datgene gebeurt waar ik hier zo van geniet dat het veel minder is:
de agenda loopt vol.
Dat vind ik het ingewikkelde eraan.
Want al die afspraken zijn leuk.
Ik wíl die mensen zien.
Maar twintig leuke afspraken achter elkaar vormen uiteindelijk nog steeds een volle agenda. 😬
En dat is nou juist iets waar ik niet zo naar terugverlang.
Vakantie is voor ons iets anders
Daarom vind ik het ook lastig wanneer iemand zegt:
“Dan gaan jullie volgend jaar lekker op vakantie naar Nederland.”
Vakantie?
Mwah.
Voor ons voelt vakantie inmiddels anders.
Panama was vakantie.
Met z’n vijven ergens naartoe waar niemand iets van ons wilde en wij van niemand iets hoefden.
Nieuwe plekken ontdekken.
Niet weten hoe de dag gaat lopen.
Samen zijn.
Ruimte voor spontaniteit.
Dat is voor ons vakantie.
In Nederland zullen we juist het tegenovergestelde doen.
En met liefde.
Maar het blijft het tegenovergestelde.
Nederland is niet de plek waar we naartoe gaan om vakantie te vieren. Het is de plek waar mensen wonen van wie we houden.
En dat maakt zo’n bezoek ontzettend waardevol.
Maar niet per se ontspannend.

Als ik heel eerlijk ben, zou ik diep in mijn hart daarom soms het liefst gewoon een weekje alleen gaan.
Koffertje mee.
Mijn vriendinnen zien.
Familie.
Iedereen knuffelen die ik wil knuffelen.
Een week lang mijn sociale agenda compleet onverantwoord volproppen en daarna weer naar huis.
😂
Praktisch gezien een stuk eenvoudiger.
Maar zeker nu voelt dat voor ons niet helemaal eerlijk.
Want waarom zou ik wél even mijn mensen mogen zien en de jongens hun mensen niet?
Zij missen hun vriendjes net zo goed.
We hebben juist bewust gezegd dat we het eerste jaar niet teruggaan, zodat we hier met z’n allen eerst echt ons dagelijkse leven opbouwen.
Dan kan ik moeilijk na acht maanden roepen:
Nou jongens, succes op school. Mama is even een weekje haar vriendinnen knuffelen.
Ik vermoed dat ik die discussie niet ga winnen. 😂
Misschien doen Ferry en ik dat later best eens.
Maar nu nog niet.
En vijf lijstjes betekenen ook vijf verwachtingen
En er is natuurlijk nog iets.
Als we uiteindelijk met z’n vijven naar Nederland gaan, betekent dat niet automatisch dat iedereen die we graag willen zien ook daadwerkelijk op ons zit te wachten.
Mensen hebben hun eigen leven.
Hun eigen werk.
Hun eigen vakantie.
Misschien zijn we eindelijk in Nederland en blijkt het vriendje waar één van de jongens zich al weken op verheugt net drie weken met een vouwwagen in Frankrijk te staan.
Dat kan.
Wij kunnen natuurlijk vooraf een beetje afstemmen, maar we kunnen onmogelijk verwachten dat iedereen zijn zomervakantie om onze komst heen plant.
Dat zou ik zelf ook helemaal niet willen.
En andersom geldt precies hetzelfde.
We vinden het ontzettend leuk wanneer mensen naar Curaçao komen.
Maar als iedereen denkt:
Wij gaan in de schoolvakantie lekker naar hen toe, kunnen wij niet besluiten dat we daarom zelf in een schoolvakantie op Curaçao moeten blijven.
Anders hebben we straks aan de ene kant Nederland waar we onze hele agenda vullen om iedereen te zien en aan de andere kant Curaçao waar we onze agenda vrijhouden omdat iedereen óns wil zien. ☺️
En volgens mij zit daar uiteindelijk de balans die we nog moeten vinden.
Mensen missen.
Mensen willen zien.
De jongens hun contacten gunnen.
Zelf onze contacten onderhouden.
Bezoek ontvangen.
Maar óók ruimte houden voor ons eigen gezin, onze eigen reizen en ons eigen leven hier.
Hoe we dat precies gaan doen? Geen idee.
We wonen hier pas een half jaar.
We hoeven gelukkig niet alles nu al uitgevonden te hebben.
Toen we afgelopen zomer vanuit Panama terugvlogen, gebeurde er eigenlijk iets waar ik achteraf pas bij stilstond.
We gingen naar huis. En met thuis bedoelden we Curaçao.
Niet bewust afgesproken. Niemand die daar een groot emotioneel moment van maakte.
Maar we hadden allemaal zoiets van:
Oh ja, lekker. We gaan weer naar Curaçao.
Naar ons huis.
Onze eigen bedden.
Onze spullen.
Ons gewone leven.
Opa en oma stonden ons daar zelfs op te wachten, dus een deel van Nederland stond voor het gemak gewoon al op het vliegveld. 😂
En toch vond ik dat bijzonder.
We vlogen na een vakantie niet terug naar Nederland.
We vlogen terug naar Curaçao.
En dat voelde voor ons alle vijf inmiddels als de normaalste zaak van de wereld.
Maar Nederland zal anders zijn.
Daar ligt bijna veertig jaar van mijn leven.
Daar wonen onze mensen.
Daar kennen we alles.
De jongens stappen daar weer even hun oude, vertrouwde wereld binnen.
En vervolgens nemen we na een paar weken opnieuw afscheid en vliegen we weer hierheen.
Ik kan me voorstellen dat dat anders binnenkomt.
Voor hen. Maar ook voor ons.
Misschien valt het ontzettend mee.
Misschien stappen we na twee weken compleet gaar het vliegtuig in en denken we:
Zo. En nu naar huis graag. Dat scenario acht ik ook niet geheel onwaarschijnlijk. ☺️
Maar ik vind het wel spannend. Want je stapt voor even terug in een leven dat ooit heel normaal was.
En daarna stap je er opnieuw uit. Hoe dat voelt? Geen idee. Ook dat gaan we blijkbaar gewoon een keer ontdekken.
Ondertussen ontstaat hier alweer een wereld
Wat ik vooraf juist enorm heb onderschat, is hoe snel er hier ook weer een sociaal leven ontstaat.
Niet ter vervanging.
Nieuwe mensen nemen niet ineens de plek in van vriendinnen die je al twintig jaar kent.
Zo werkt het natuurlijk niet.
Maar ik had niet verwacht hoe makkelijk je ergens opnieuw contacten kunt opbouwen.
Via school leer je iemand kennen.
Via diegene kom je weer met iemand anders in contact.
Via Dog Rescue ontstaat iets.
Via sport.
Via iemand die toevallig iemand kent.
Onze Papiamentu-les is ook zo ontstaan. Niet omdat ik maanden geleden een keurig integratieplan had gemaakt met:
Stap 7: zoek Papiamentu-docent.
Het rolde gewoon zo. Van het één in het ander.
En dat vind ik misschien wel een van de leukste verrassingen van emigreren.
Dat je ergens naartoe kunt gaan waar je nauwelijks iemand kent en dat er vervolgens langzaam alweer een wereld om je heen ontstaat.
Natuurlijk moet je daar zelf ook iets voor doen. Als wij hier achter onze poort waren gaan zitten wachten tot Curaçao zichzelf kwam voorstellen, hadden we waarschijnlijk een vrij rustig halfjaar gehad.
Maar zodra je jezelf openstelt, merk ik hoeveel mensen dat ook terugdoen.
Lokale mensen.
Maar ook mensen die zelf ooit hier opnieuw zijn begonnen.
Voor werk. Via Defensie. Justitie.
Voor een paar jaar. Voor onbepaalde tijd.
Of gewoon omdat ze ooit hetzelfde dachten als wij:
We kunnen het ook gewoon proberen.
Misschien zit daar automatisch al een gemene deler. Veel mensen weten hoe het is om ergens opnieuw je weg te moeten vinden.
En daardoor gaat een nummer doorsturen, iemand ergens bij betrekken of zeggen “ik ken nog wel iemand” heel makkelijk.
Dat systeem werkt hier soms aanzienlijk beter dan Google.
😂
Ons referentiekader verschuift
En ergens in dat halve jaar is nog iets veranderd.
We vergelijken minder.
In het begin doe je dat automatisch.
Alles is:
In Nederland…
In Nederland deden we dit zo.
In Nederland gaat dat anders.
In Nederland is dat makkelijker.
In Nederland kost dat zoveel.
Logisch ook.
Dat was bijna veertig jaar mijn referentiekader.
Maar Curaçao hoeft inmiddels niet meer voortdurend langs de Nederlandse meetlat.
Sommige dingen vind ik hier fijner.
Andere absoluut niet.
Nederlandse efficiëntie kan fantastisch zijn.
Maar ik merk ook dat ik hier iets anders heb gevonden wat ik blijkbaar heel belangrijk vind:
tijd voor elkaar.
Oogcontact.
Een praatje.
Iemand helpen.
Even iets voor iemand navragen.
En misschien is dat ook een van de redenen waarom we hier zo makkelijk contacten opbouwen.
Mensen lijken makkelijker ruimte voor elkaar te maken.
Niet beter. Niet slechter. Anders.
En blijkbaar past dat heel goed bij ons.
En buiten is gewoon buiten 😎 ☀️
En dan is er natuurlijk nog iets waarvan ik inmiddels weet dat het veel meer invloed op mij heeft dan ik vooraf kon inschatten.
Het buitenleven.
Niet als activiteit.
Gewoon als standaard.
Opstaan en naar buiten.
Koffie buiten.
Eten buiten.
Deuren open.
De jongens buiten.
Even zwemmen.
Even naar het strand.
Niet eerst de weerapp openen om te kijken of het tussen 14.10 en 15.35 uur misschien droog genoeg blijft om iets te ondernemen.
Ik keek in Nederland echt ontelbaar vaak naar die weerapp. Hier bijna nooit.
Het is warm. Morgen ook. Overmorgen waarschijnlijk ook. Prima. 😎
En ja, het kan hier bloedheet zijn.
Ook daar heb ik inmiddels voldoende over geklaagd om te bewijzen dat ik Curaçao niet volledig door een roze zonnebril bekijk.
Maar blijkbaar doen licht, zon en zoveel buiten zijn ontzettend veel voor mij.
Dat wist ik wel een beetje.
Nu weet ik het zeker.
Vanaf de zijlijn
Misschien is dat sowieso wat een half jaar afstand doet.
Voor het eerst in mijn leven sta ik een beetje naast Nederland.
Ik krijg nog steeds van alles mee.
Via vrienden. Familie. Nieuws. Gesprekken.
Maar ik zit niet meer midden in het dagelijkse ritme.
En daardoor kijk ik er anders naar.
Naar de snelheid.
De volle agenda’s.
Het regelen.
Het plannen.
Hoeveel we met elkaar bezig zijn.
Hoeveel we soms ook van elkaar vinden.
Hoe makkelijk een leven volloopt zonder dat je ooit bewust hebt besloten dat je een vol leven wilde.
En voordat dit klinkt alsof ik vanaf een tropisch eiland ineens precies weet hoe iedereen in Nederland zijn leven zou moeten leiden:
Nee, want ik deed zelf gewoon mee.
😂
En een behoorlijk deel van die hamster heb ik gewoon meegenomen naar Curaçao.
Ik hou nog steeds van dingen regelen.
Van vooruitdenken.
Van financiële zekerheid.
Van een mooi AF huis. 😜
Van plannen.
Van dingen goed voor elkaar hebben.
Dat hoeft van mij ook helemaal niet weg.
Maar doordat ik er nu even naast sta, zie ik wel beter dat het één manier van leven is.
Niet dé manier.
En dat verschil vind ik interessant.
Voor nu
En misschien past daar ook bij dat onze inschrijving voor mij helemaal niet voelt als:
Zo. Dit is het. Hier blijven we voor altijd.
Geen idee.
Misschien wel.
Misschien niet.
Ik weet oprecht niet waar we over vijf jaar wonen.
En ik vind dat tegenwoordig een verrassend prettig antwoord. Zolang we hier gelukkig zijn, blijven we hier.
Misschien wonen we over vijf jaar nog precies op dezelfde plek. Misschien verandert er iets voor de kinderen.
Voor familie. Voor onszelf. Misschien brengt het leven ons ooit ergens anders. En misschien wonen we op een dag weer in Nederland. Ook dat kan. Als dat ooit gebeurt, betekent het niet dat Curaçao mislukt is. Dan heeft deze keuze bij ons gepast zolang hij bij ons paste. Dat is genoeg.
Je hoeft blijkbaar niet te weten of iets voor altijd is om er vandaag volledig voor te kiezen.
En nu staat het op papier
Dus ja.
We zijn, bijna allemaal, officieel inwoners van Curaçao.
Na ruim een half jaar wonen, leven, ontdekken, mensen missen, nieuwe mensen leren kennen en af en toe denken:
Goh. Dit wist ik dus allemaal niet.
staat het nu ook administratief vast.
Het grappige is alleen dat we dat papiertje eigenlijk niet nodig hadden om te weten dat we hier wonen.
Dat moment is ergens eerder geweest.
Wanneer precies?
Geen idee.
Misschien toen de jongens hier hun eigen dagelijkse leven kregen.
Toen nieuwe namen steeds vaker in onze gesprekken opdoken.
Toen we niet meer alles met Nederland vergeleken.
Of toen een gewone dinsdag hier gewoon een dinsdag werd.
Er stond in ieder geval niemand naast met een stempel toen het gebeurde. 😋
Zes maanden geleden wist ik niet hoe dit zou uitpakken. Nu weet ik in ieder geval hoe de eerste zes maanden zijn uitgepakt. Goed. Niet perfect. Niet altijd makkelijk. En absoluut niet altijd zoals we vooraf hadden bedacht. Maar goed genoeg om voorlopig helemaal nergens anders heen te willen.
Nederland is voor mij inmiddels vooral de plek waar heel veel mensen wonen van wie ik hou. En daardoor zal ik er altijd iets hebben om naar terug te gaan.
Maar teruggaan blijkt iets anders dan terugverhuizen.
Naar Nederland gaan?
Zeker.
Naar Nederland terugverhuizen?
Geen idee.
Maar voorlopig hoeven we nergens heen.
En Lennox?
Die woont ondertussen gewoon bij ons hoor.
Alleen administratief komt hij volgende week achter ons aan. 🤪
Wordt vervolgd, hier op het eiland. 🌴❤️
Ontdek meer van Van hamsterwiel naar hangmat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




Sinterklaas vroeg mij of jullie nog een afspraak voor een huisbezoek willen maken. Ik heb hem verteld dat de jongens waarschijnlijk meer de kerstman zien komen. Hahahaha.
En dat het voor de Sint veel te warm is.
Hij blijft nog een beetje positief.